De geschiedenis van het Vlaams bezoekerscentrum Bastion VIII (Bastion acht) begint rond het jaar 1200, Bastion VIII was ooit de achtste van de elf bastions rond Dendermonde. Wegens zijn strategische belangrijke ligging aan de samenloop van twee waterlopen, Schelde en Dender, was Dendermonde al vóór 1200 een ommuurde stad. In de loop der eeuwen werd aan de beschermende verdedigingsgordel van de stad heel wat bijgebouwd en afgebroken, tot uiteindelijk de Hollanders er in 1814 de vorm, die we nu nog in het stadsplan terugvinden, aan gaven: een buitenste en een binnenste natte wal en een verhoogde aarden wal met daarachter kazernes en magazijnen. Van al deze elementen vindt men in en rond Bastion VIII nog steeds getuigen: de buitenste natte wal bleef bewaard als "Brusselse Forten", die momenteel als broedplaats dient voor allerlei watervogels zoals de fuut, de binnenste wal werd gedempt met steenpuin en baggerslib. De verhoogde wal werd, waar mogelijk, uitgegraven als zandwinning.
Op vele plaatsen in het bezoekerscentrum liggen in de bodem nog grondvesten van kazernes en er resten twee kazematten, die momenteel dienen als overwinteringsplaatsen voor vleermuizen.

De stad Dendermonde gebruikte het terrein vanaf 1970 tot 1985 als stortplaats voor inerte afbraakmaterialen en de bevolking volgde met het storten van niet opgehaald groot huisvuil.
Dit bleef zo tot in 1985 het sterk gehavende terrein van 10 ha aan het Dendermondse Gemeenschapsonderwijs werd toegewezen. Het vlakste gedeelte werd voorbestemd voor de nieuwe schoolgebouwen en met de 4,5 ha, waar zich nu het Vlaams bezoekerscentrum bevindt, wist men feitelijk niet goed wat aan te vangen.