De planten

  • geneeskrachtige planten
  • gevaarlijke planten
  • andere planten

De geneeskrachtige planten van Bastion VIII

In Bastion VIII groeien er vele planten die op de een of andere manier een geneeskrachtige eigenschap hebben. Hier staan er aantal van opgesomd samen met hun eigenschappen.

Ruwe (Betula verrucosa); Familie: Berkachtigen

Beschrijving: Slanke boom, met witte schors. 
De bladeren zijn driehoekig-ruitvormig,  Gebruikte delen:  gedroogde jonge bladeren. De nog geel-groene verzamelen in juni en drogen in de schaduw. 
In Bastion in het kleine valleitje achter de duin.

Werkzame stoffen en werking: Saponine, hars,  etherische olie en een flavonoid. Berkebladen werken bij mensen met onvoldoende urine-afscheiding urine-afdrijvend, zonder het nierweefsel sterk te prikkelen.Bovendien bezitten de bladen een zwak desinfecterende werking. 

Gebruik: Inwendig als thee (1-2 eetlepels gesneden bladen met 1 1. kokend water overgieten en laten trekken (toevoegen van 1 g. natriumbicarbonaat bij het overgieten zou de werkzaamheid verhogen). Bij alle vormen van onvoldoende urine afscheiding, vooral bij waterzucht en ontstekingen van de urine-wegen; verder toegepast bij reuma en jicht. Met berkenthee kan men de huid wassen bij huidziekten en ontstekingen. Het sap van de berk kan verkregen worden zoals dennenhars: een kleine insnijding in de stam vroeg in het voorjaar doet het berkensap uitstromen. Deze drank is diuretisch en verfrissend en wordt bruisend bij het gisten. Berkenbladeren maken deel uit van een anti-griepthee op basis van linde, viooltjes en koningskaars. Van elke plant 20 gram nemen en laten koken in 1 l water.
Berkenaperitief: 50 tot 60 gram berkenbladeren 6 tot 8 dagen laten trekken in 1 l rode wijn, suiker toevoegen naar smaak.: 50 tot 60 gram berkenbladeren 6 tot 8 dagen laten trekken in 1 l rode wijn, suiker toevoegen naar smaak.

(Borago officinalis) Familie: Ruwbladigen

Beschrijving: De hele plant ruikt naar komkommer.
De bernagie is een éénjarige plant met een rechtopstaande stengel bezet met ruwe haren. De bladen staan afwisselend, zijn elliptisch,  gerimpeld en aan beide zijden ruwharig, met een bijna gave rand. De bloemen zijn hangend en staan in losse bloeiwijzen (bijschermen) aan het einde van de stengel. Ze dragen vijf lila-blauwe of zelden zuiver witte kroonblaadjes.
Bloeitijd juni-augustus.

Bernagie stamt oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied.  Oogsten in de bloeitijd.  Drogen in de schaduw mogelijk, voor korte tijd ook in de zon.Deze plant kan gemakkelijk in de tuin gezaaid worden, zelfs in bloempotten..

Gebruik: Meestal het gedroogde, bloeiende kruid; minder vaak ook de gedroogde bloemen of verse bladen.
De werkzame stoffen zijn nog onvoldoende onderzocht. . Bernagie werkt zacht urine-afdrijvend.
Bernagie wordt vooral als thee (twee eetlepels met 1 1iter water koud opzetten, eventjes  koken  en laten trekken). Werkzaam  tegen reuma, tegen nierontstekingen en blaasprikkeling; de werking is echter dubieus en het kan beter worden vervangen door zekerder werkende middelen. De verse bladen worden soms als salade gegeten en als kruid gebruikt.
Zelfs de bloemen zijn eetbaar en worden gebruikt om schotels te versieren.
Samen met kamille, klaproos en rozemarijn, wordt een thee gemaakt, werkzaam tegen griep en bronchitis.

(Artemisia vulgaris)  Familie Samengesteldbloemigen 

Naamafleiding: de Romeinse soldaten trokken met bijvoet in de schoenen over de Alpen om hen te behoeden tegen pijnlijke voeten, aangenomen wordt dat de plant hieraan haar Nederlandse naam dankt. Artemisia komt van artemes = gezond en vulgaris betekent overal voorkomend.

Beschrijving: Bijvoet is een overblijvende plant, wordt 60-120 cm hoog en bezit stevige, vaak donkerrood getinte stengels. De bladen zijn veerdelig met gaafrandige of diep getande slippen, van boven donkergroen en niet of zwak behaard, van onder daarentegen wit-viltig behaard. De bloemhoofdjes zitten in een pluim van lange trossen, zijn klein, zij dragen een aantal kleine, roodbruine of gele bloempjes. Bloeitijd juli-september.Bijvoet geeft de voorkeur aan stikstofrijke grond en komt in Midden-Europa voor op afvalplaatsen, aan beek- en rivieroevers, ruigten, vooral op zandgrond, is zeer algemeen. 
Oogsten is mogelijk vanaf het tweede jaar. Drogen in de schaduw.
In Bastion zowat overal langs de wandelwegen.
Bijvoet bevat een weinig etherische olie en bitterstoffen. Het wekt de spijsvertering op en ook de menstruatie. In hoge doses en bij lang gebruik  kan beschadiging van het het zenuwstelsel voorkomen.

Gebruik: De bloeiende, gedroogde stengeltoppen en de bladen. 
Bijvoetthee: 1-2 eetlepels fijn gesneden kruid met 1 1iter. water aan het koken brengen en laten trekken,  gebruikt bij gebrek aan eetlust, tegen slechte spijsvertering en bij onregelmatige menstruatie.
Aan bijvoet werden vroeger magische krachten toegeschreven: de plant zou tegen de bliksem beschermen. De Latijnse naam is afkomstig van de godin Artemis en de druïden kroonden de maagden met bijvoet, vandaar waarschijnlijk de vermeende abortieve eigenschap.

(Tanacetum vulgare L.) Familie Samengesteldbloemigen  

 

Naamverklaring: Boerenwormkruid dankt zijn naam aan de thee die van de bloemen en bladeren wordt getrokken, een middel tegen ingewandswormen.
Tanacetum zou afgeleid zijn van athanatos = onsterfelijk, omdat de gedroogde bloemen lang hun kleur bewaren en vulgare = algemeen voorkomend.

Beschrijving: Het boerenwormkruid is een statige, overblijvende plant. 
De bladen zijn geveerd met langwerpig- lancetvormige slippen en behaard. De diepgele bloemhoofdjes vormen tamelijk platte, schermvormige pluimen.  Ze dragen korte buisbloemen. De hele plant riekt zeer sterk aromatisch.
Bloeitijd juli-herfst.

Verzamelen: Boerenwormkruid groeit  aan bos- en wegranden, langs wegen en dijken, op ruigten en  zandige plaatsen. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw.
In Bastion langs de wandelwegen, op de bloemenweide en de hooilanden.

Gebruik: De gedroogde bloemhoofdjes, soms  de hele gedroogde plant.
Het voornaamste bestanddeel is etherische olie en veel giftig thujon . Dit werkt wormafdrijvend, vooral op spoel- en lintwormen. Het bevordert de bloedtoevoer naar de buik.  Hoge doses veroorzaken duizeligheid,  krampen, buikpijn en kunnen dodelijk zijn. 
Tegen wormen bestaan tegenwoordig veel werkzame, minder giftige middelen, daarom is boerenwormkruid als wormdrank  sterk af te raden, zeker bij zwangerschap.
In kleine hoeveelheden wordt boerenwormkruid vermengd in de "groenkoeken".of ovenkoeken.
Een extract van de hele plant zou een insectendodende werking hebben en wordt soms gebruikt om hokken van dieren vlovrij te houden.

(Rubus fruticosus L.) Familie Roosachtigen

Beschrijving: De braam is een  klimplant . Hij bezit 2-jarige, meterlange stekelige loten die in het eerste jaar alleen bladeren dragen, in het tweede jaar aan zijspruiten bloemen.  De bladeren zijn oneven geveerd en dragen op de bladsteel en bladnerven  stekels. De rand is getand en het oppervlak van onder en boven ruwharig.
Bloeitijd juni-juli.
De braam groeit in heggen en bossen. Het verzamelen van het blad geschiedt meestal in juni-augustus. Drogen mogelijk in de zon of in de schaduw.
In Bastion rond de bunkers en aan de houtkant aan de forten.

Gebruik: Het gedroogde blad. 

Het bramenblad bevat looistoffen en  sporen van een etherische olie. Werkt stoppend en ontstekingwerend op geprikkelde slijmvliezen. De werking wordt  vaak overschat.
Zeer  zwak  als kalmerend of slaapverwekkend middel. 
Medisch wordt bramenblad als thee (1 handvol met 11. water koud opzetten, 2-3 minuten laten koken) tegen diarree toegepast, verder als gorgel- en spoelmiddel bij ontstoken mond- en keelholte (zwak werkzaam) en als badmiddel bij slecht genezende wonden. Bramenbladthee wordt gebruikt als onschadelijke familiethee in plaats van gewone thee. Hiertoe moeten de bladen na het plukken enige dagen op een hoop liggen, waardoor zij groenbruin van kleur en aromatischer worden.

Bramenlikeur: Een grote kop zeer rijpe bramen fijnstampen, gedurende één maand in alcohol van 45° in de zon plaatsen, af en toe schudden, filtreren en suiker toevoegen naar behoefte.

Een grote kop zeer rijpe bramen fijnstampen, gedurende één maand in alcohol van 45° in de zon plaatsen, af en toe schudden, filtreren en suiker toevoegen naar behoefte.

 (Urtica dioica) Familie van brandnetelachtigen

Naamverklaring: De Nederlandse naam is afgeleid van de brandende wondjes veroorzaakt door de brandharen en van de vezelige stengeldraden werd vroeger een soort neteldoek geweven.
Dioica betekent tweehuizig, hetgeen slaat op de eenslachtigheid van de bloemen.  

Beschrijving: Overblijvende plant heeft rechte stengels.  De bladeren zijn gezaagd en hartvormig. De plant heeft groengele katjesachtige eenslachtige bloemen.
De plant groeit op stikstofrijke plaatsen. De plant wordt verzameld wanneer de stengels 30-50 cm hoog zijn; drogen in de schaduw, niet boven 50°.
In Bastion in het wilgenbroek en het bosvalleitje

Gebruik: De hele jonge plant, het perssap, de gedroogde bladeren en wortelstok  
Brandnetels bevatten  veel bladgroen en bevorderen de bloedaanmaak, het netelgif bevat o.a.histamine wat kan helpen tegen hooikoorts.
Verse brandnetelplanten werken bloedvormend , urine-afdrijvend en verlagen een beetje de bloedsuikerspiegel.  Uitwendig bevorderen ze de doorbloeding van de huid, vandaar ook de betwiste eigenschap tot bevorderen van de haargroei.
Verse jonge planten als sla en groente werken versterkend en bevorderen de urine-afscheiding bij waterzucht en  ondersteunen zelfs bij behandeling van suikerziekte.  I n een koud klimaat wreven de Romeinen hun lichaam in met brandnetels, een pijnlijke manier om het warm te krijgen. Tot voor kort was het slaan met brandnetels een volksremedie tegen reuma en artritis.

(Melissa officinalis L.) familie:Lipbloemigen

Naamverklaring:het Griekse woord melissa = bij, omdat de plant door haar nectar de bijen aantrekt.  
De plant geurt en smaakt aangenaam naar citroen.  

Beschrijving:Overblijvende plant die van jaar tot jaar veel groter wordt met 30-100 cm hoge, vierkante, weinig behaarde stengels. De bladen staan tegenover elkaar,  eirond tot driehoekig, , zwak behaard, met gekarteld-gezaagde rand. De witte bloempjes  zitten in de bladoksels op korte steeltjes.
Afkomstig uit het oostelijke Middellandse-Zeegebied, af en toe ook verwilderd op stenige grond. Snel drogen in de schaduw. 
In Bastion langs de weg naar het wilgenbroek, achter de duin.

Gebruik:Het gedroogde blad, voor huishoudelijk gebruik  ook de uiteinden van de bloeiende stengels.
Etherische olie; in kleine dosis werkt het kalmerend op het maag-darmkanaal, in grotere dosis als licht slaapmiddel en algemeen kalmerend,  verder licht bloeddrukverlagend en pols vertragend.
Melissethee: 5-25 g in 1 1iter kokend water verwarmen, niet koken,  tegen maagklachten,  braakneiging, buikkrampen, als kalmeringsmiddel bij opwinding en stress, een aantal maal per dag één tot twee kopjes thee drinken.  Hetzelfde als de thee werkt de melisse-alkohol of 'karmelietergeest'.Citroenmelisse werd in de 18e eeuw gebruikt in elexirs die de eeuwige jeugd zouden schenken.
Wanneer men er het lichaam mee inwrijft, houdt de sterke citroengeur de muggen weg.
Enkele takje melisse in het badwater werken slaapverwekkend en kalmerend, ook bij kinderen.
De verse jonge blaadjes zijn heerlijk in sla en slasauzen (tartaar met versnipperde ui, peterselie en melisse).
Eveneens lekker bij de groenten van paling in 't groen.

Het gedroogde blad, voor huishoudelijk gebruik  ook de uiteinden van de bloeiende stengelsEtherische olie; in kleine dosis werkt het kalmerend op het maag-darmkanaal, in grotere dosis als licht slaapmiddel en algemeen kalmerend,  verder licht bloeddrukverlagend en pols vertragend.Melissethee: 5-25 g in 1 1iter kokend water verwarmen, niet koken,  tegen maagklachten,  braakneiging, buikkrampen, als kalmeringsmiddel bij opwinding en stress, een aantal maal per dag één tot twee kopjes thee drinken.  Hetzelfde als de thee werkt de melisse-alkohol of 'karmelietergeest'.Citroenmelisse werd in de 18e eeuw gebruikt in elexirs die de eeuwige jeugd zouden schenken.Wanneer men er het lichaam mee inwrijft, houdt de sterke citroengeur de muggen weg.Enkele takje melisse in het badwater werken slaapverwekkend en kalmerend, ook bij kinderen.De verse jonge blaadjes zijn heerlijk in sla en slasauzen (tartaar met versnipperde ui, peterselie en melisse).Eveneens lekker bij de groenten van paling in 't groen.

(Allium ursinum L×) Familie Lelieachtigen

Beschrijving: Daslook is een overblijvend bolgewas en  grote, elliptische, toegespitste bladeren. De ietwat driekantige, stevige bloemstengel draagt een eindstandige bloeiwijze met  grote, witte bloemen met 6 bloemblaadjes. 
Bloeitijd april-juni.
Daslook groeit bijeen op schaduwrijke, vochtige plaatsen in bosjes en wouden. Verzamelen voor drogen in de bloeitijd, vers kan altijd.
In Bastion in het wilgenbroekje en het bosvalleitje

Gebruik: Vooral het verse kruid. 

  1. zwavelhoudende etherische olie en werkt op dezelfde wijze als knoflook: desinfecterend in de darm, zwak vaatverwijdend en daardoor ook zwak bloeddrukverlagend, eveneens galafdrijvend. Uitwendig toegepast veroorzaakt het plaatselijk versterkte bloedtoevoer.
    Zoals knoflook verlaagt daslook de cholesterolspiegel in het bloed en verkleint het risico op hartaandoeningen.

Meest werkzaam als fijngemaakte salade.
Daslook wordt vooral gebruikt als opwekkingsmiddel bij voorjaarskuren, verder tegen te hoge bloeddruk, arteriosclerose en tegen diarree en gassen. Uitwendig wordt het geplette blad op slecht genezende wonden, steenpuisten enz. gelegd. Andere looksoorten, speciaal Allium victorialis, werken op dezelfde wijze als daslook.

(Pinus silvestris)  Familie Denachtigen

Beschrijving: De grove den (pijn) heeft 4 - 6 cm lange naalden, telkens per twee. De korte dennekegels dragen lange schubben. De smaak van de loten is harsachtig-bitter.
Bloei mei-juni.
De grove den houdt van warme en droge plaatsen en groeit op heide- en zandgrond. DE knoppen worden  direct na het uitkomen verzameld.  Drogen in de schaduw.
In Bastion werden dennen aangeplant langsheen de omheiningen aan de Begijnhoflaan en de Brusselse Forten.

Gebruik:De nog niet volledig ontwikkelde, gedroogde voorjaarsloten.
De topjes bevatten hars en etherische olie die allebei het ophoesten bevorderen en ook licht urine-af-drijvend werken.  Een bad met dennenextract bevordert de genezing van etterige wonden.
Dennenthee koud opzetten, 1-2 minuten koken en dan laten trekken tegen bronchiaal katar. Als damp tegen neusverkoudheid. Als bad, een handvol knoppen met 2 1iter. water laten koken voor het baden van moeilijk genezende wonden en tegen reuma.

(Datura stramonium) Familie nachtschadefamilie  

Naamafleiding: Doornappel slaat op de stekelige vruchten. Datura is afgeleid uit het Arabisch = die steekt. Stramonium is een samentrekking van twee Griekse woorden en betekent "die een gezwel veroorzaakt".

Beschrijving: Kruidachtige plant, ±1 m. Grof getande bladeren, witte buisvormige bloemen. De stekelige doosvruchten bevatten vele zwarte, niervormige zaadjes.
Op puin, in tuinen en velden. Duikt soms op in Bastion naast de weg tussen Begijnhoflaan en wilgenbroek.

Werkzame stoffen en werking: De gevaarlijke alkaloïden; hyoscamine, atropine en scopolamine worden veel in de geneeskunde gebruikt. De doornappel en zijn bereidingen zijn zeer doeltreffend tegen astma-aanvallen.
De hele plant is giftig en de voorgeschreven dosis mag nooit overschreden worden.
Plaats nooit zaaddozen in droogboeketten; de zaden kunnen ver wegspringen en onvrijwillig worden opgenomen! 

(Lamium album L.) Familie Lipbloemigen

Beschrijving:Blijvende plant met vertakte, meestal ondergrondse uitlopers. De vierkantige stengel is behaard en draagt kruisgewijs geplaatste, eironde, gezaagde, behaarde bladeren.  De bloemen zitten in schijnkransen van 6-16 en hebben een witte tot geelwitte kroon met een grote bovenlip.
Bloeitijd mei-augustus.

Langs wegen en op ruigten; zeer algemeen. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw.
In Bastion overal langs de wandelwegen.

Gebruik:Het gedroogde bloeiende kruid; de gedroogde bloemkronen met de meeldraden. Het gehele kruid is vermoedelijk werkzamer dan alleen de bloemkronen.

Bevat sporen etherische olie, looistof, saponine en slijm. Dovenetel regelt de darmwerking, werkt oplossend bij luchtwegkatar, is zwak urine-afdrijvend en verlicht de menstruatie. Deze werkingen zijn zwak.

Dovenetelthee: 1- 2 eetlepels in 1 1iter  water aan het koken brengen en laten trekken, om de darmwerking te regelen bij diarree en verstopping. Ook tegen katar van de luchtwegen. Uitwendig wordt de thee als omslag toegepast bij brand- en andere wonden.

(Achillea millefolium) Familie Samengesteldbloemigen

Naamafleiding: De Nederlandse naam naar de fijn ingesneden en samengestelde bladeren. De Latijnse naam naar de Griekse held Achilleus die het gebruikte om wonden te helen.

Beschrijving: Duizendblad is een overblijvende plant met  geveerde donzige bladeren. De bloemhoofdjes zitten in een platte, schermvormige pluim en dragen een krans van witte straalbloemen. 
Bloeitijd juni-oktober. Het duizendblad groeit op wegbermen, ruigten, langs wegen en dijken. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw..
In Bastion in de bloemenweide en op de bermen. 

Gebruik: Het hele, bloeiende, gedroogde kruid, minder vaak alleen de bloemhoofdjes of de bladeren. Ook de vluchtige olie. Bevat bitterstof en etherische olie. Duizendblad werkt in het algemeen ontstekingwerend en krampverminderend, verder prikkelend op de afscheiding van spijsverteringssappen (eetlustopwekkend) en regulerend en krampopheffend bij menstruatiestoornissen. Bovendien lost het de hoest op. Grote hoeveelheden veroorzaken duizeligheid en hoofdpijn.

Duizendbladthee: 2-3 eetlepels fijn gesneden kruid met 1 1iter water verhitten en laten trekken.  Bij maagstoornissen, gebrek aan eetlust, diarree, gassen, tegen wegblijvende en pijnlijke menstruatie (hierbij graag gebruikt), tegen aambeien en hoesten. Uitwendig wordt het gebruikt als badmiddel bij slecht genezende en geïnfecteerde wonden.
In England stond duizendblad bekend als "bloedneus" wegens zijn adstringerende werking.

 (Quercus robur) Familie Napjesdragers

Beschrijving: Zomer- en wintereik vormen tot 40 m hoge bomen met eerst gladde, later sterk gebarsten schors. De bladsteel is bij de zomereik heel kort (0,5 - 1 cm), bij de wintereik 10 - 25 mm lang. De vruchten zitten bij de zomereik op tamelijk lange steeltjes, bij de wintereik daarentegen in groepjes van 3 - 7 op een heel korte steel. Bloeitijd mei. De zomereik groeit  zware, vochthoudende grond in bossen en langs wegen. De wintereik komt meer op arme, droge grond voor. Het verzamelen van de schors gebeurt het best in het voorjaar. Drogen in de zon of in de schaduw, ook bij kunstmatige warmte (50-60°C). Het verzamelen gaat het beste door met een stok tegen de schors te slaan.
In Bastion in het eikenbosje. 

Gebruik: Vooral de gedroogde gladde schors van jonge (5-12 jarige) bomen, zelden ook de gedroogde bladeren of de gedroogde of geroosterde vruchten. Oude schors met ruwe, gebarsten buitenkant is veel minder werkzaam.  De werkzame stoffen in eikeschors, -bladeren en vruchten zijn looistoffen. Deze werken samentrekkend en ontstekingwerend op geprikkelde en ontstoken slijmvliezen,  stoppend en versterkend bij diarree. Inwendig als thee of als poeder (4-5 maal daags een mespunt vol) tegen diarree (weinig gebruikt). Uitwendig als afkooksel (50-100 g. fijn gesneden of verpoederde schors met 1 1.water 10 minuten koken) om te gorgelen of te spoelen bij ontstoken slijmvliezen van mond- en keelholte en van de schede (ook bij witte vloed); verder als badmiddel tegen winterknobbels, bij verbranding en bij aambeien

(Polypodium vulgare)  Familie Naaktvarenachtigen  

Beschrijving: De eikvaren bezit vlak onder de grond of in mos kruipende, 0,3 - 1 cm dikke, iets afgeplatte, zoet smakende wortelstokken, waarop de aanhechtingen van de vroegere bladeren nog als korte tanden zijn blijven staan. 
Het diep veerdelige blad bezit afwisselend of tegenover elkaar geplaatste stevige, lancetvormige bladslippen met een aan de onderkant uitstekende middennerf, waarlangs zich 2 rijen oranje, later bruin gekleurde sporenhoopjes bevinden.  
Op zanderige bosgrond en duinhellingen, op knotwilgen en oude muren. 
Verzamelen in de herfst, waarbij de punt van de wortelstok weer in de grond moet worden gestopt. Drogen in de zon of in de schaduw. 
In Bastion aan de voet van de eiken in het eikenbos en in de stapelmuurtjes.. 

Gebruik: De gedroogde wortelstok. Deze wortelstok wordt veel gevraagd in de kruidenhandel. De eikvaren of zoete varen wordt ook bos-zoethout genoemd wegens het zoete glycyrrhizine en suiker, dezelfde stof maar in mindere mate als bij zoethout. Verder ook bitterstof, looistof, saponinen verder hars en galafdrijvende stoffen.
Werkt bevorderend op het ophoesten bij bronchiaal-katar en wekt de galafscheiding op, waardoor ook een licht laxerende werking ontstaat. 
Wordt gebruikt in bitterlikeuren. 
De thee (1 eetlepel fijn gesneden wortel met 1/2 1. water, 5 minuten koken en laten trekken) wordt gebruikt bij bronchiaal-katar, bij lichte verstopping en bij onvoldoende galafscheiding. Op dezelfde manier wordt ook poedervormige eikvarenwortel (2-4 maal 2 g.) gebruikt.

Honingbij: Apis mellifica syriaca

 

Taxonomie

Rijk: Animalia

Stam: Arthropoda

Klasse: Insecta

Orde: Hymenoptera

Familie: Apoidea

Soort: Apis mellifica syriaca

Top

Nut van een bij

Bijen produceren 3 intersante producten honing, was en propolis, dat is echter niet hun belangrijkste taak. De bijen bestuiven de bloemen van alle planten die zij bezoeken. Daarom zien we vaak bij fuittelers en serristen bijenkasten. Doordat de bloemen bestoven worden, zullen er meer vruchten tot ontwikkeling komen.

Het bijzondere van de honingbij is dat zij plantvast is. Dat wil zeggen een bij vliegt altijd maar op één soort plant, pas als de bloemen van die plant geen nectarmeer geven zoekt zij een andere plant. Op deze wijze ontstaat altijd een bestuiving met het stuifmeel van dezelfde soort plant.

Top

De Bouw van een bij

In dit hoofdstuk ga ik vertellen hoe een bij er eigenlijk uitziet. Bijen vallen onder de categorie insecten. Er zijn heel veel soorten insecten . Het woord insect betekent eigenlijk: ingekerfd of ingesneden. Het lichaam van de bij is in 3 delen verdeeld. Je kunt de delen heel makkelijk onderscheiden. Het lijkt haast of ze met een mes zijn ingesneden. De 3 delen, waar het omgaat zijn :
1 de kop, waaraan de sprieten, de ogen en de mond vastzitten;
2 het borststuk, waaraan de poten en de vleugels vastzitten;
3 het achterlijf ,waaraan de angel vast zit
Een honingbij valt in de categorie insecten. Ze noemen de bij ook wel een vliesvleugelige, vliesvleugelige is: dat zijn vleugels zo dun zijn als vliesjes, je zou er zo doorheen kunnen kijken.
1.De kop
De kop bestaat uit 6 vergroeide segmenten en verschilt van vorm al naargelang het geslacht. Segmenten zijn: verschillende delen. Aan de kop zitten 2 voelsprieten die dienen als gevoelorgaan, tastorgaan, en reukorgaan
De ogen van de bij noemen ze 3-puntogen,die slechts iets op korte afstand zien, maar vooral lichtgevoelige detectoren zijn. De ogen zijn verschillend bij de dar en de werkster bij de dar het grootste. Detectoren zijn dingen die iets kunnen waarnemen.
De mond heeft voornamelijk een taak als zuigorgaan en bijtorgaan en bestaat uit een bovenlip, onderlip, bovenkaken, onderkaken en de tong met aan het uiteinde van de tong een lepeltje. Het lepeltje is voor de nectar uit de bloemen te halen. De lengte van de tong is zeer belangrijk voor de kwaliteit van het volk.
 

2.Het lijf

Het lijf bestaat uit 2 delen. Het eerste deel is het borst stuk en het tweede deel het achterlijf.Het borststuk bestaat uit 3 ringen. De eerste ring draagt 2 voorpoten. De 2de ring draagt het midden poten en de voorvleugels De 3de ring draagt de achterpoten en de achtervleugels. Het achterlijf bestaat uit 6 ringen bij de koningin , 7 ringen bij de dar. Helemaal achter aan het achterlijf zit bij de vrouwelijke bijen de angel bij de dar ontbreekt die.De achterpoten van de bijen hebben borstels waaraan ze de stuifmeel kunnen vastmaken

Top

Leefwijze

De bijengemeenschap wordt ook wel bijenvolk genoemd. Een bijenvolk is een sterke sociale eenheid, het individu binnen die gemeenschap telt niet. Er zitten 5 à 7 duizend (winter) en wel tot 40 duizend bijen (zomer) in een volk. Een bijenvolk is verdeeld in groepen: 1 koningin, ongeveer 200 darren en de rest zijn dus werksters. Omdat een koningin de belangrijkste bij uit een volk is, wordt ze bij voorkeur "gemerkt". Dit gebeurt door het opkleven van een felgekleurd plaatje met nummer op de bovenzijde van haar borstschild. Door het aanbrengen van het merkteken kan men dan gemakkelijker de koningin terugvinden tussen de andere bijen op de raten.

foto's: Materiaal om koninginnen te merken

foto: Gemerkte koningin tussen de andere bijen op een raat.

De koningin is een vrouwelijke bij, die voor het nageslacht zorgt. De werksters zijn vrouwelijke bijen, die zowel binnen als buiten de korf al het nodige werk doen. De darren zijn de mannelijke bijen, hun enige taak bestaat er in koninginnen te bevruchten.


De darren halen zelf geen voedsel, maar worden gevoerd door de werksters. In de nazomer, wanneer geen koninginnen meer moeten bevrucht worden en de darren dus niet meer nuttig zijn, worden de darren niet meergevoed en jagen de werksters hen de kast uit. Als zij niet goedschiks willen gaan, dan maar kwaadschiks: de werksters steken de darren dood en gooien ze buiten de woning, dit wordt ook de darrenslacht genoemd.

De koningin
Een dar
Een werkster

Top

Voortplanting

Het bijenvolk is een sterke leefgemeenschap, de voortplanting is niet gericht op een enkele bij maar veeleer op het volk. Er moeten dus meer volken komen, dat gaat zo: in het voorjaar groeit het aantal bijen in een volk. Veel bloemen bloeien en er komt veel voedsel (nectar en stuifmeel) binnen.Het stuifmeel: een bron van ewitten is een stimulans om de koningin na de winterrust terug aan de leg te brengen. Het aantal bijen groeit explosief aan. Op een gegeven ogenblik beginnen de werksters grotere cellen in de raten te maken en in deze cellen legt de koningin onbevruchte eieren. Uit deze eieren komen na 24 dagen de darren die na ongeveer een week geslachtsrijp zijn. Het wonderlijke is dat een dar geen vader heeft!


Als er eenmaal darren zijn en het volk is sterk aangegroeid, gaan de werksters langs de randen van de raten een aantal cellen die jpng open broed hebben (d.w.z eitjes van 1 tot maximum 3 dagen oud) uitbouwen tot reuzecellen(moerdoppen). Als na drie dagen het larfje uit het eitje kruipt, krijgt dit larfje bijzonder voedsel: de zogenaamde koninginnengelei (Dit eiwitrijke voedsel maken de werksters met behulp van nectar, stuifmeel en een bijzondere klier in hun kop.) Deze larven groeien heel snel en verpoppen na zes dagen, 15 dagen nadat de larve uit het ei is gekomen, wordt de nieuwe koningin geboren. Enkele dagen voor haar geboorte waarschuwt de nieuwe koningin, door middel van bepaalde piepgeluiden, dat zij in aantocht is (tuten en kwaken).

Rond die tijd vliegt de oude koningin met een deel van de vliegbijen uit en vliegt 30 meter verder en dan is ze moe, haar volgelingen gaan rond haar vliegen om haar te beschermen en ondertussen gaan de verkenners een nieuwe woning zoeken en als die gevonden is vliegt de koningin met haa volgelingen naar de nieuwe woning. (Dit noemen we het zwermen van de bijen, zo'n eerste bijenzwerm telt meestal enkele duizenden bijen: het is een prachtig zicht. De bijen verkeren in een soort feeststemming en omdat ze zich voor het verlaten van de woning helemaal hebben volgezogen met honing, zullen ze niet gemakkelijk steken. In het uitgedunde volk komen nu binnen enkele dagen nieuwe koninginnen uit en telkens verlaat de oudste, met een deel van het resterende volk, de kast om een nieuwe woning te zoeken(nazwerm). Op die manier kan het volk zich in 3 of meerdere volken opsplitsen.

De volken beginnen in hun nieuwe woning direct met het bouwen van raten, de nieuwe koninginnen maken binnen enkele dagen hun bruidsvlucht: In de namiddag vliegt zij uit en begeeft zich naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. De darren achtervolgen haar en alleen de snelsten kunnen met de koningin paren, na de paring sterft de dar. Als de bevruchte koningin terugkeert, blijft zij verder in de woning en ongeveer een paar weken later begint zij met het leggen van de eitjes. De koningin kan tot ongeveer 1000 eitjes per dag leggen zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 30.000 tot 40.000 werksters.

Foto: een bijenzwerm

Foto: 2 moerdoppen.

Uit de moercel komt er een nieuwe konigin.

De moercellen zijn verticaal zodat bij het verlaten van de dop direct naar beneden op de raat kan gaan.

Dit was het darrenbroed.

Larven van darren die uit de cellen zijn gevallen.

Overzicht: ontwikkeling van ei tot bei

Er bestaan twee soorten eitjes, waaruit drie soorten individuen kunnen voortkomen: uit bevruchte eitjes koninginnen en werkbijen, uit onbevruchte eitjes darren.

Levensduur Koningin Werkster Dar
Ei 3 dagen 3 dagen 3 dagen
Larve 6 dagen 6 dagen 6 dagen
Pop 7 dagen 12 dagen 15 dagen
Volgroeid na 16 dagen 21 dagen 24 dagen
maximumleeftijd 3 tot 5 jaar 6-8 weken 6 tot 8weken

Na drie dagen komt de larve uit het eitje, waarna de ijverige voedsterbijen deze onmiddellijk gaan voeren. Als de larve volgroeid is, wordt de cel vergezeld met een poreus wasdekseltje; daarmee begint het popstadium. Celdeksels op cellen waaruit werkbijen worden geboren, zijn vlak, die van de darrencellen bol. Heeft de koningin echter onbevruchte eitjes in werkstercellen gelegd, dan worden deze verder uitgebouwd. We spreken dan van bultbroed.

Top

Het leven van een werkster

Aan hun werkzaamheden kan een ervaren imker ongeveer zien hoe oud werkbijen zijn: Eerste drie dagen(rusttijd).

Vanaf vier dagen(voedsterbij). De jonge bij begint haar werkzame leven met het reinigen en poetsen van de cellen. Tegelijk wordt een aanvang gemaakt met het voeren van de oudere larven. Pas na de zesde dag, als de voedersapklieren geheel tot ontwikkeling zijn gekomen, gaan ze ook de jongere larven voeden. Reeds tijdens de voesterfase verlaat de bij voor het eerst haar woning om zich van ontlasting te ontdoen. Dit valt samen met het eerste voorspelen, zodat de helft van het huisbijenbestand reeds of meer georiënteerd is. Met de Haalbijen inbegrepen is dan minstens tweederde van het gehele volk georiënteerd.

Vanaf zes dagen (bouwbij). In deze perioden besteden bijen veel tijd aan het waszweten, het bouwen van raten. Ook het afvoeren van dode bijen, wasdelen en het voedselrestanten vindt dan plaats. Het in ontvangst nemen van de nectar van de onthaalbijen geschiedt vanaf de tiende dag.

Vanaf 21 dagen (haalbij). Oriëntatievluchten beginnen al op de vijfde dag en duren tot ongeveer de vijftiende dag. Dit hangt vermoedelijk samen met het ontlasten van de fecaliën buiten de bijenwoning. Hoewel de bijen na de derde week doorgaans haalbij worden, vinden de eerste haalvluchten soms al op de tiende dag plaats. Huisbijen (voedsters en bouwbijen) zijn in hun werkzaamheden zeer flexibel. Als de omstandigheden daartoe noodzaken, kunnen ze sterk van dit schema afwijken.

Kort- en langlevende bijen. Hoewel de werkbij 's zomers slechts 6 weken oud wordt, leven 'winterbijen' aanzienlijk langer. Zij die eind augustus, september en oktober geboren worden, overwinteren tot de jonge bijen hun taak in het voorjaar overnemen. In het eiwit-vetlichaam in het achterlijf is de reserve opgeslagen, die in het najaar niet verbruikt werd voor de voeding van het broed en het inverteren van nectar. Deze reserve stelt hen in staat te overwinteren. In het moerloos volk zouden bijen - omdat ze geen broed te verzorgen hebben - zelfs iets ouder kunnen worden dan een jaar. Een broedloos volk, bijvoorbeeld na het zwermen, gaat dan ook niet direct aan veroudering te gronde.

foto rechts: gesloten broed van werksters (vlak)

Er zijn sterke aanwijzingen dat de levensduur sterk wordt bekort door broedverzorging. Vooral het eten van pollen (eiwit) in de eerste levensdagen is van doorslaggevende betekenis voor de conditie van de voedersapklieren en het eiwit-vetlichaam.

Het fenomeen zomer- en winterbijen wordt bewerkstelligd door het juvenil-hormoon. Verschillen in levensduur binnen deze groepen worden ca.20% toegeschreven aan de erfelijke aanleg. In zijn algemeenheid kan men stellen dat meer actieve bijen minder lang leven.

foto linksonderaan: darrenbroed (bultig)

Top

De bijentaal

De bijen kunnen met elkaar communiseren door bepaalde bewegingen uit te voeren en figuren te beschrijven. ( stertselen en dansen )
Rondedans: De gevonden drachtbron ligt binnen een straal van 100 meter afstand rond het bijenwoning. De drie meedansende bijen nemen met hun voelsprieten de specifieke geur van de gevonden bloemsoort waar, die achtergebleven i in het haarkleed van de danseres. Al naar gelang de grootte van de drachtbron wordt sneller of langzamer gedanst.
  Sikkeldans: De overgangsvorm tussen de rondedans en de kwispeldans.
Kwispeldans: Deze dans geeft een drachtbron aan, die op meer dan 100meter afstand van het bijenvolk gelegen is. De dansrichting geeft nauwkeurig de richting (de hoek) aan, die gelegen is tussen de lijnen kast-zon en kast-drachtbron. De lijn kast-zon komt overeen met een verticale lijn op de raat. Met het verlopen van de zonnestand gaat deze hoek zich wijzigen en daardoor ook de dansrichting. Het aantal danswendingen (rechts/links, links/rechts ) binnen een bepaalde tijdseenheid geeft de afstand tot de voedselbron aan. De meedansende bijen nemen dus de bloemgeur en de hoek ten opzichte van de zonnestand tot de drachtbron met hun zintuigen over. Tijdens de dans wordt de informatie overgedragen door middel van geluid, geur en smaak.
 

Top

De bijenwoning

Vroeger werden de honingbijen bij de mens vooral ondergebracht in korven. Reden: Imkeren werd beoefend door boeren, kloosterlingen en enkele andere liefhebbers. Tijdens de winterperiode was er tijd om korven te vlechten uit (goedkoop) materiaal: stro en biezen.

Imkeren met korven heeft talrijke nadelen: de bijen bouwen onregelmatige raten in de korf (zie foto). Broed en voedsel zitten kort bij elkaar en het oogsten van de honing werd daardoor sterk bemoelijkt.

Hedendaags gebruikt men bijenkasten vervaardigd uit hout en zelfs uit kunststof en ze worden dusdanig gebouwd dat de controle van de staat van het volk en de oogst en de oogst van de honing sterk vereenvoudigd werd. Een kast heeft een woon - broedruimte en men kan er ook nog bijkomende ruimtes aan toevoegen ( zolders of hoogsels genaamd). Vermits men hoofdzakelijk rekent op honingproductie gaat men de bijen zoveel mogelijk helpen bij hun taak.

Zowel voor de broedruimte als voor de zolders geeft men ramen die voorzien van voorgevormde wasplaten (waswafels). De waswafels worden vervaardigd uit gerecupereerde was die door hersmelten en uitpersen in de geschikte vorm gebracht wordt aan beide zijden zeshoekige vakjes voor opbouw van cellen. Daardoor moeten de bijen minder energie verspillen om zelf was te produceren.

foto: Raampje met waswafel en versteviging door draden.

Bijenwoningen in Bastion VIII.

Bijenproducten

Top

Honing: Wordt door de bijen geproduceert uit de opgehaalde nectar.

Pollen: Stuifmeelkorrels door de bijen verzameld.

Propolis: Harsachtig product dat de bijen ophalen uit knopen en schorsen van bomen en planten.

Was.

Koninginnenbrij: Is de substantie die werksters tussen hun 6de en 10de levensdag uit de voedselklier aan hun kop uitscheiden.

Oogsten en gebruik

Top

Honing: is voedsel en vooral voedselvoorraad voor de bijen in de winter. Hij wordt door de bijen opgeslagen in de uiterste hoeken van de kast. Wanneer een cel gevuld is met gebruiksklare honing zullen de bijen de cel afsluiten met een dun wasplaatje = verzegelen.

In de huidige imkerij zorgt men dat de honing liefst afgezet wordt zonder dat er broed of stuifmeelreserve bij is. Daarom wordt op de broed- en wooruimte een zolder (hoogsel) geplaatst en die zolder wordt afgescheiden van de broedruimte door een moerrooster (traliehek met zeven mm tussenafstand zodat de koningin er niet door kan maar de werksters wel) . Gevolg: geen broed op de zolder dus ook geen opslag van stuifmeel

foto: moerrooster

foto: zolderraampje met verzegelde cellen vol honing

Wanneer de raten van de honingzolder voor minstens tweederde verzegeld zijn, kan men oogsten. Men plaatst dan tussen de zolder en de broedruimte een deksel met een opening waarin een kleppensysteem zit (= bijendrijver) zodat bijen de zolder kunnen verlaten maar niet meer terug kunnen.

Een bijendrijver

Na het verloop van één dag kan men dan de volle zolder wegnemen zonder bijen en zonder het volk te storen. Vervolgens zal men met een speciale kam de dekseltjes van de cellen verwijderen (= ontzegelen). De ontzegelde raampjes worden dan in een centrifuge geplaatst en de honing wordt er uitgeslingerd (= slingeren).

Foto's centrifuge

De vloeibare honing wordt dan gezeefd (om wasrestjes tegen te houden) en dan moet de honing nog rijpen. In een roestvrij stalen vat (= de rijper) zal men de honing omroeren tot hij begint uit te kristalliseren. Desnoods zal men een kleine hoeveelheid gekristalliseerde honing toevoegen (= enten) om het rijpen te versnellen. Rijpe honing wordt tenslotte afgetapt in bokalen.

Pollen: Worden geoogst door kammen te plaatsen aan de ingang van de kast, zodat de stuifmeelkorrels die de bijen meebrengen (in korfjes aan hun achterpoten) bij het binnenkomen afgeveegd worden, in een greppel terecht komen en kunnen weggenomen worden. Toepassingen: voedingssupplement, middel om hooikoorts te vermijden.

Propolis: Oogsten door afschrapen van ramen of door gebruik van een fijn rooster dat in de korf gebracht wordt en waarvan de bijen dan de openingen vullen met propolis om ze af te sluiten (propoliseren). Toepassingen: zalven tegen allergieën, schimmels, virussen en bacteriën. Tinctuur = alcoholische oplossing van propolis. Siroop of stroop: tegen aandoeningen aan de luchtwegen.

Was: wordt gerecupereerd bvb oude raten smelten en reinigen, wasdekseltjes van de ontzegeling enz... Toepassingen: bereiding van waswafels, waskaarsen en boenwas enz...

Koninginnenbrij oogsten: Recuperatie bij het verwijderen van moerdoppen om zwermneiging te onderdrukken. Men kan ook geschikte eitjes inbrengen (= overlarven) in kunstdoppen deze worden door de bijen als moerdoppen uitgebouwd en wanneer er maximale hoeveelheid aanwezig is kan er geoogst worden. Toepassing: vooral gebruikt als (krachtvoedsel).

foto: kunstdop

Werken met bijen

Beschermingsmiddelen: omdat bijen bij verstoring zich trachten te verdedigen door steken zal de imker beschermende kledij dragen: imkerpak (een pak met hoed, gaas en lederen handschoenen liefst in witte kleur).

foto: imkerpak

Om tijdens de werkzaamheden zelfs de bijen enigszins terug te dringen en op afstand te houden, zal men beroken dwz rook uit een verbrandingspot inblazen door middel van de aanhangende blaasbalg (zie foto rechts). Men gebruikt plantenresten (eventueel tabak) die men laat smeulen om rook te ontwikkelen.

De werkzaamheden verschillen naar het gelang van het seizoen.

Voorjaar: Nazicht of er voldoende broed ontwikkeld wordt en desnoods moerdoppen verwijderen (zwermneiging onderdrukken) ook overdreven darrenboed wegnemen. Wanneer het volk voldoende aangegroeid is honingzolder(s) plaatsen. Eerste honingoogst eind mei - begin juni (voorjaarsdracht).

Zomerperiode: Rond deze tijd zullen bepaalde volken gaan zwermen dwz de koningin en een aantal vliegbijen verlaten de bijenwoning en willen zich elders vestigen. Meestal na een korte vlucht: enkele tientallen meters zet de koningin zich neer om te rusten en haar volgelingen zetten er zich rond en vormen een tros (zwerm). De imker tracht dan de zwerm terug te vangen. Benevelen met koud water en afschudden of afvegen in een zwermkast nadien overbrengen naar een nieuwe kast. De zwermkast laat men eerst in de onmiddellijke omgeving staan waar de zwerm werd opgevangen: zit de koningin in de kast dan volgt de rest vanzelf. Is de koningin niet in de zwermkast dan zullen de opgevangen bijen vertrekken en zich terug bij de koningin voegen.Meestal wacht men tot de avond om de zwermkast te sluiten en de opgevangen zwerm over te plaatsen naar een definitieve woonst.

Hieronder zijn we nog druk bezig aan het werken

foto: beroker

In dit hoofdstuk vertel ik jullie over de raten van de bij. Een lege en holle ruimte is niet zomaar geschikt als woning voor de bijen. Eerst moet het een en ander aan de inrichting worden gedaan. Dat doen de bijen zelf.

Om de kasten steriel te maken halen de bijen bij sommige bomen een soort spul af en dat heet :propolis en dat smeren ze aan de binnen kant van hun woningen . Deze propolis wordt ook in de geneesmiddelen industrie gebruikt en is zeer kostbaar. Van boven naar beneden bouwen de bijen raten in de kasten . Raten zijn echt onmisbaar. De bijen leven er op.

Ze voeden er ook de koningin en ze verzorgen er de larven. Ook bergen ze er de voorraad honing en stuifmeel in op. En de koningin legt in de raten haar eitjes. Zodra bijen een nieuwe woning betrekken, beginnen de werksters met de bouw van raten.

De bouw materiaal is : bijen was . Ook dat maken de werksters zelf . Ze hebben daarvoor een aantal wasklieren aan hun achterlijf. Het bouwen van een raat en het maken van was gebeurt tegelijkertijd. Daarbij nemen de werksters een heel typische houding aan. Ze hangen met de poten aan elkaar en vormen zo een levende ketting. Intussen loopt hun lichaamstemperatuur hoog op. De werksters worden haast ,,koortsachtig" warm .

Het lijkt wel of ze beginnen te zweten. Maar in plaats van zweet komt er was uit hun achterlijf te voorschijn. De was is op dat moment erg dun en vloeibaar. Buiten het bijen lijf verandert de vloeistof in kleine, harde schubjes en schilfertjes. Met de middelste poten krabben de werksters de was schilfertjes van hun huid en geven ze door naar boven .

Bovenaan de ketting bevinden zich de ,,bouwbijen" . Deze werksters knauwen en kneden de was met hun kaken tot kleine klompjes. Daarmee bouwen ze de raat. Elke raat bestaat uit een paar duizend cellen. Het zijn eigenlijk kleine kamertjes van was.

De cellen hebben een heel aparte vorm . Ze zijn 6 kantig. Alle cellen passen precies aan elkaar. De wand van de ene cel is tegelijk voor een deel de wand van de andere cel. Bovendien is elke celwand maar 1/10 millimeter dik. Hierdoor kunnen bijen heel zuinig met het kostbare materiaal omspringen .

Voor een hele raat in een bijenkast gebruiken ze ongeveer 40 gram was, nu denk je misschien dat zo'n raat tamelijk zwak is, maar daar vergis je je in! De raat kan gemakkelijk 2 kilo honing bevatten.

De cellen hebben een heel aparte vorm . Ze zijn 6 kantig. Alle cellen passen precies aan elkaar. De wand van de ene cel is tegelijk voor een deel de wand van de andere cel. Bovendien is elke celwand maar 1/10 millimeter dik. Hierdoor kunnen bijen heel zuinig met het kostbare materiaal omspringen .

Voor een hele raat in een bijenkast gebruiken ze ongeveer 40 gram was, nu denk je misschien dat zo'n raat tamelijk zwak is, maar daar vergis je je in! De raat kan gemakkelijk 2 kilo honing bevatten.

Op de rechtse foto vanboven op de raat ziet men honing

Top

De imker verwijdert ook de koniginnetorsen uit de bijenkasten.

 

 

Er zijn in Bastion VIII veel verschillende biotopen terug te vinden. Deze biotopen zijn allemaal aangelegd bij de inrichting van Bastion VIII in 1994.

Hier vind je een overzichtskaart en van ieder biotoop een korte bespreking.

De grote vijver

Eén van de koninginnestukken van het reservaat. Om het water te houden werd de vijver aangelegd met kleimatten uit natriumbentoniet, tussen twee doeken bevindt zich een zwelklei, die eenmaal in contact met water een waterdichte laag vormt. Het voordeel hiervan is dat bij een toevallige perforatie, bv met rietwortels, de vijver niet gaat lekken. We bevinden ons hier ongeveer twee meter boven het gemiddelde peil van de Brusselse Forten. Een pompinstallatie vervangt het verdampte water. Om de leerlingen de vijver te laten bereiken voor observatie of staalname werd een steiger in gerecycleerde kunststof aangelegd.

De vijver werd gevuld met water uit de Brusselse Forten.

In de vijver vind je een grote diversiteit aan leven. Er groeien tal van planten onder en aan het water van de vijver. In de vijver leven er ook vele dieren. Je hebt de ongewervelde (van bloedzuigers tot zwemwantsen), maar ook de gewervelde dieren voelen er zich thuis. Er leven tal van vissoorten in en ook verschillende soorten van amfibieën.

Daarnaast zijn er ook nog vele vogels die af en toe onze vijver bezoeken of er zelfs broeden.

De kikkerpoel

De kikkerpoel werd in 1991 aangelegd en heeft reeds een biologisch evenwicht bereikt. Om de bezoekers maximaal van deze poel te laten genieten werden oude rioolkolken als stapstenen doorheen het water gelegd.

Als het water in de vijver te hoog wordt, loopt het via een ondergrondse buis over in de poel. Zo krijgt ook de poel regelmatig nieuw water en komt de waterspiegel niet te laag te staan.

De kikkerpoel is de plaats waar je de meeste salamanders kan vinden (vooral in de lente kan je ze op en neer zien zwemmen). Ze houden van het iets warmere water, de vele planten om zich tussen te verstoppen en van het feit dat er geen vissen leven in de poel. Zoals de naam het al zegt hoor en zie je hier tijdens de zomermaanden ook veel groene kikkers.  

Het moeras

Ook het moeras krijgt af en toe water bijgepompt. Waar het water vandaan komt, is verschillend voor het linker- en rechtermoeras. Het linkermoeras (langs kant van de omheining) krijgt water vanuit de beek en geeft het teveel weer af aan de Brusselse Forten. Het rechtermoeras krijgt water vanuit de kikkerpoel en geeft het bij een teveel aan water af aan het linkermoeras door over het pad te stromen.

Zoals te verwachten in een moeras staat het vol met riet en is het een ondiep water. Dit geeft de groene kikkers in de zomer de kans om zich te verstoppen en rustig op jacht te gaan naar vliegjes en muggen. De beschutting van het riet wordt ook ieder jaar gebruikt door een koppel waterhoentjes die er hun nest bouwen.

De beek

De beek heeft een eigen watervoorziening die gebruikt kan worden in droge perioden. Ze bevat een grote hoeveelheid gele lis wat voor een mooi plaatje zorgt tijdens de bloei van deze planten. Naast de beek staat er een rij zwarte elzen zodat de beek rijk is aan voedingsstoffen. Dit heeft een duidelijk effect op de planten en dieren die er in voorkomen, zeker in vergelijking met de andere waterbiotopen.

De bloemenweide

De bloemenweide is een verzameling van, vooral in de zomer, bloeiende kruiden. Je vindt er guldenroede, teunisbloemen, smeerwortel, akkerwinde, koninginnekruid, brede ereprijs... Deze planten geven de bloemenweide een prachtig kleurenschouwspel dat vele bezoekers (mens en dier) aantrekt. Je kan er in de zomer dan ook vele insecten terugvinden zoals het geaderd witje, aardhommel, driehoekszweefvlieg... wat op zich dan weer vogels aantrekt op zoek naar een lekker hapje. 

Het wilgenbroek

 

Door een samenloop van omstandigheden is hier, op een plaats waar we dat echt niet verwachten, een broeksituatie ontstaan. Echt droog is het hier nooit. De vegetatie is niet erg gevarieerd: wilgen, brandnetels, bramen maar ook voorjaarsbloeier als bosanemoon, slanke sleutelbloem, longkruid, daslook…. En ja ook hier is een verlanding aan de gang, water ziet men nog nauwelijks staan in het broekje. De voorjaarsbloeiers zijn sterk toegenomen en zelfs de paarse schubwortel is sterk uitgebreid.

De bladerval doet hier een stikstofrijk milieu ontstaan wat de groei van brandnetels en bramen bevordert.

De helling tussen het wilgenbroek en de bunkers staat vol met bramen wat veel vlinders aantrekt, zeker op een zonnige zomerse dag. Ook vogels zien we hier vaak smullen van de lekkere braambessen.

Het eikenbos

 

Na de beklimming van de bunker daal je even af om terug het bos in te stijgen. Hier een kleine bosbiotoop met eiken, meidoorn, vlier en veel klimop. Mossen, varens en paardenstaarten bedekken de bodem.

Hier bemerkt men een gevarieerd reliëf dat ontstond door zandwinning uit de verhoogde wal die Dendermonde tijdens vorige eeuwen beschermde.

Wandelt men even verder dan bemerkt men het rietveld aan de bosrand, een bewijs dat de binnenste fortengordel tot hier kwam. Bij de heraanleg werd dit rietveld afgeplagd om het gewas een tweede kans te geven. In het najaar 2005 werd het bosje ontdaan van brandnetels en bramen om zo de typische bosplanten een nieuwe kans te geven. Daslook, salomonszegel, sneeuwklokjes en varens veroverden al snel een plaatsje.

Het kersenbos

Op deze plaats staan er enkele kerselaars. Deze bomen trekken met hun lekkere vruchten veel vogels aan, maar ook insecten vinden er tijdens de bloei veel nectar en stuifmeel.

De grond onder de bomen ligt vol met kersenpitten. Dit toont mooi hoe een boom en dieren goed kunnen samenwerken. In de lente zijn insecten zeer blij met de nectar en het stuifmeel en wordt de boom bestoven door deze dieren. In de zomer smullen de vogels van de kersen en zorgen de vogels er voor dat de zaden van de boom overal verspreid geraken.  

De houtkant

Hier staan een aantal heesters, bomen en een ondergroei van bramen. Je vindt hier dan ook regelmatig vogels (koolmees, pimpelmees, staartmees, roodborst, merel...) die op zoek zijn naar iets om te eten.
Niet enkel vogels maar ook knaagdieren vinden hier voldoende voedsel en nestplaatsen onder de hopen van takken.

De compostplaats

Het centrale punt van de compostplaats wordt ingenomen door een oude populier en de tonderzwam die hier op groeit. Rondom de populier ligt er een grote hoeveelheid verhakseld hout dat vele kriebeldiertjes bevat. Deze dieren zorgen ervoor dat het dode hout verandert in compostaarde. Je kan hier dus ook gemakkelijk op zoek naar deze dieren met behulp van een potjesloep en een lepel.

Ook liggen er op de compostplaats hopen riet en dode takken die op zich ook schuilplaatsen vormen voor allerlei dieren, bv de egel, en een bron van voedsel zijn voor vele andere dieren. 

De bijenhal

In de bijenhal zijn er een tiental bijenkasten aanwezig en een bijenkorf. Deze kasten zijn allen bevolkt en er is ook een demonstratiekast aanwezig zodat de leerlingen deze interessante dieren van dichtbij aan het werk kunnen zien.
De studie van de bij staat ook op het leerplan van de middenschool en is hier perfect uit te voeren. We beperken ons niet tot het bekijken van de bijen alleen, we gaan ook op zoek naar de planten die door de bijen bezocht worden. Eens we die gevonden hebben kijken we naar de aanpassingen die de planten en de dieren hebben voor een perfecte samenwerking.

Op het pleintje voor de bijenhal is er een klein vijvertje en er staan veel bloeiende planten. Het pleintje zelf is omringd door een berm die beplant is met bomen. Dit alles zorgt er voor dat er hier veel vogels op bezoek komen. Hier een lijst van vogels die bij de bijenhal en in Bastion VIII gezien zijn:
kramsvogel, ekster, vlaamse gaai, groene specht, bonte specht, kleine bonte specht, boomklever, merels, zanglijster, grote lijster, koperwiek, heggenmus, groenling, vink, appelvink, putters, sijsjes, kepen, bosduif, holenduif, turkse tortel, nachtegaal, kleine karekiet, tjif-tjaf, koolmees, staartmees, pimpelmees, roodstaart, gele kwikstaart, gewone kwikstaart, gierzwaluwen, fazant, waterhoentje, meerkoet, ransuil, wilde eend, een koppel sperwers, kraaien, reigers, spreeuwen, roodborstje, huismus, ijsvogel, smelleken, wouwaapje, winterkoninkje, goudhaantje, winterkoning, matkop, houtduif...

De zitkuil

De zitkuil rechtover het gebouw kan gebruikt worden om 's middags te eten of om uitleg te geven. Ze is opgebouwd uit materialen die op het terrein zelf aanwezig waren.

De steenwoestijn

In 2009 werd de steenwoestijn volledig heraangelegd. De bramen werden verwijderd, de stenen omgewoeld en er werden 3 terrassen aangelegd met dolomiet. Ook werd er een schildpad opgetrokken uit blauwe steen en kasseistenen om ons 15-jarig bestaan in de verf te zetten.

Het geheel is bedoeld om dieren voldoende overwinteringsplaatsen te bieden, bv bruine kikker of kleine watersalamander, maar ook schuilplaats. De stenen gaan in de zomer volp in de zon liggen opwarmen zodanig dat ook vlinders en libellen hier een goede plaats vinden om op te warmen voor ze op jacht gaan naar voedsel.

De bunkers

De bunkers zijn een restant van het militaire verleden van het terrein. Nu doen ze dienst als vleermuizenbunker. In 2008 werden ze volledig ingericht en ze dragen dan nu ook het kenteken van 'vleermuisvriendelijk object'. De voorbije jaren kregen we tijdens de winter bezoek van de kleine watervleermuis en ook al een aantal jaar na elkaar van de baardvleermuis.

Ook andere dieren maken gebruik van de bunkers om in te overwinteren. Zo overwinteren er al een paar jaar roesjes (een soort van nachtvlinder) in de bunker, maar ook salamanders en af en toe een dagvlinder maken van ons winterhotel gebruik. 

De pioniersweide

Ieder jaar ploegen we een deel van onze bloemenweide om zodat de pioniersplanten een kans krijgen om te bloeien. Zo zien we ieder jaar klaprozen, korenbloemen... terug komen. Op deze manier zijn we ook in staat om een pioniersvegetatie te vergelijken met een vegetatie die al enkele jaren naar een evenwicht toe gaat.