Honingbij: Apis mellifica syriaca

 

Taxonomie

Rijk: Animalia

Stam: Arthropoda

Klasse: Insecta

Orde: Hymenoptera

Familie: Apoidea

Soort: Apis mellifica syriaca

Top

Nut van een bij

Bijen produceren 3 intersante producten honing, was en propolis, dat is echter niet hun belangrijkste taak. De bijen bestuiven de bloemen van alle planten die zij bezoeken. Daarom zien we vaak bij fuittelers en serristen bijenkasten. Doordat de bloemen bestoven worden, zullen er meer vruchten tot ontwikkeling komen.

Het bijzondere van de honingbij is dat zij plantvast is. Dat wil zeggen een bij vliegt altijd maar op één soort plant, pas als de bloemen van die plant geen nectarmeer geven zoekt zij een andere plant. Op deze wijze ontstaat altijd een bestuiving met het stuifmeel van dezelfde soort plant.

Top

De Bouw van een bij

In dit hoofdstuk ga ik vertellen hoe een bij er eigenlijk uitziet. Bijen vallen onder de categorie insecten. Er zijn heel veel soorten insecten . Het woord insect betekent eigenlijk: ingekerfd of ingesneden. Het lichaam van de bij is in 3 delen verdeeld. Je kunt de delen heel makkelijk onderscheiden. Het lijkt haast of ze met een mes zijn ingesneden. De 3 delen, waar het omgaat zijn :
1 de kop, waaraan de sprieten, de ogen en de mond vastzitten;
2 het borststuk, waaraan de poten en de vleugels vastzitten;
3 het achterlijf ,waaraan de angel vast zit
Een honingbij valt in de categorie insecten. Ze noemen de bij ook wel een vliesvleugelige, vliesvleugelige is: dat zijn vleugels zo dun zijn als vliesjes, je zou er zo doorheen kunnen kijken.
1.De kop
De kop bestaat uit 6 vergroeide segmenten en verschilt van vorm al naargelang het geslacht. Segmenten zijn: verschillende delen. Aan de kop zitten 2 voelsprieten die dienen als gevoelorgaan, tastorgaan, en reukorgaan
De ogen van de bij noemen ze 3-puntogen,die slechts iets op korte afstand zien, maar vooral lichtgevoelige detectoren zijn. De ogen zijn verschillend bij de dar en de werkster bij de dar het grootste. Detectoren zijn dingen die iets kunnen waarnemen.
De mond heeft voornamelijk een taak als zuigorgaan en bijtorgaan en bestaat uit een bovenlip, onderlip, bovenkaken, onderkaken en de tong met aan het uiteinde van de tong een lepeltje. Het lepeltje is voor de nectar uit de bloemen te halen. De lengte van de tong is zeer belangrijk voor de kwaliteit van het volk.
 

2.Het lijf

Het lijf bestaat uit 2 delen. Het eerste deel is het borst stuk en het tweede deel het achterlijf.Het borststuk bestaat uit 3 ringen. De eerste ring draagt 2 voorpoten. De 2de ring draagt het midden poten en de voorvleugels De 3de ring draagt de achterpoten en de achtervleugels. Het achterlijf bestaat uit 6 ringen bij de koningin , 7 ringen bij de dar. Helemaal achter aan het achterlijf zit bij de vrouwelijke bijen de angel bij de dar ontbreekt die.De achterpoten van de bijen hebben borstels waaraan ze de stuifmeel kunnen vastmaken

Top

Leefwijze

De bijengemeenschap wordt ook wel bijenvolk genoemd. Een bijenvolk is een sterke sociale eenheid, het individu binnen die gemeenschap telt niet. Er zitten 5 à 7 duizend (winter) en wel tot 40 duizend bijen (zomer) in een volk. Een bijenvolk is verdeeld in groepen: 1 koningin, ongeveer 200 darren en de rest zijn dus werksters. Omdat een koningin de belangrijkste bij uit een volk is, wordt ze bij voorkeur "gemerkt". Dit gebeurt door het opkleven van een felgekleurd plaatje met nummer op de bovenzijde van haar borstschild. Door het aanbrengen van het merkteken kan men dan gemakkelijker de koningin terugvinden tussen de andere bijen op de raten.

foto's: Materiaal om koninginnen te merken

foto: Gemerkte koningin tussen de andere bijen op een raat.

De koningin is een vrouwelijke bij, die voor het nageslacht zorgt. De werksters zijn vrouwelijke bijen, die zowel binnen als buiten de korf al het nodige werk doen. De darren zijn de mannelijke bijen, hun enige taak bestaat er in koninginnen te bevruchten.


De darren halen zelf geen voedsel, maar worden gevoerd door de werksters. In de nazomer, wanneer geen koninginnen meer moeten bevrucht worden en de darren dus niet meer nuttig zijn, worden de darren niet meergevoed en jagen de werksters hen de kast uit. Als zij niet goedschiks willen gaan, dan maar kwaadschiks: de werksters steken de darren dood en gooien ze buiten de woning, dit wordt ook de darrenslacht genoemd.

De koningin
Een dar
Een werkster

Top

Voortplanting

Het bijenvolk is een sterke leefgemeenschap, de voortplanting is niet gericht op een enkele bij maar veeleer op het volk. Er moeten dus meer volken komen, dat gaat zo: in het voorjaar groeit het aantal bijen in een volk. Veel bloemen bloeien en er komt veel voedsel (nectar en stuifmeel) binnen.Het stuifmeel: een bron van ewitten is een stimulans om de koningin na de winterrust terug aan de leg te brengen. Het aantal bijen groeit explosief aan. Op een gegeven ogenblik beginnen de werksters grotere cellen in de raten te maken en in deze cellen legt de koningin onbevruchte eieren. Uit deze eieren komen na 24 dagen de darren die na ongeveer een week geslachtsrijp zijn. Het wonderlijke is dat een dar geen vader heeft!


Als er eenmaal darren zijn en het volk is sterk aangegroeid, gaan de werksters langs de randen van de raten een aantal cellen die jpng open broed hebben (d.w.z eitjes van 1 tot maximum 3 dagen oud) uitbouwen tot reuzecellen(moerdoppen). Als na drie dagen het larfje uit het eitje kruipt, krijgt dit larfje bijzonder voedsel: de zogenaamde koninginnengelei (Dit eiwitrijke voedsel maken de werksters met behulp van nectar, stuifmeel en een bijzondere klier in hun kop.) Deze larven groeien heel snel en verpoppen na zes dagen, 15 dagen nadat de larve uit het ei is gekomen, wordt de nieuwe koningin geboren. Enkele dagen voor haar geboorte waarschuwt de nieuwe koningin, door middel van bepaalde piepgeluiden, dat zij in aantocht is (tuten en kwaken).

Rond die tijd vliegt de oude koningin met een deel van de vliegbijen uit en vliegt 30 meter verder en dan is ze moe, haar volgelingen gaan rond haar vliegen om haar te beschermen en ondertussen gaan de verkenners een nieuwe woning zoeken en als die gevonden is vliegt de koningin met haa volgelingen naar de nieuwe woning. (Dit noemen we het zwermen van de bijen, zo'n eerste bijenzwerm telt meestal enkele duizenden bijen: het is een prachtig zicht. De bijen verkeren in een soort feeststemming en omdat ze zich voor het verlaten van de woning helemaal hebben volgezogen met honing, zullen ze niet gemakkelijk steken. In het uitgedunde volk komen nu binnen enkele dagen nieuwe koninginnen uit en telkens verlaat de oudste, met een deel van het resterende volk, de kast om een nieuwe woning te zoeken(nazwerm). Op die manier kan het volk zich in 3 of meerdere volken opsplitsen.

De volken beginnen in hun nieuwe woning direct met het bouwen van raten, de nieuwe koninginnen maken binnen enkele dagen hun bruidsvlucht: In de namiddag vliegt zij uit en begeeft zich naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. De darren achtervolgen haar en alleen de snelsten kunnen met de koningin paren, na de paring sterft de dar. Als de bevruchte koningin terugkeert, blijft zij verder in de woning en ongeveer een paar weken later begint zij met het leggen van de eitjes. De koningin kan tot ongeveer 1000 eitjes per dag leggen zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 30.000 tot 40.000 werksters.

Foto: een bijenzwerm

Foto: 2 moerdoppen.

Uit de moercel komt er een nieuwe konigin.

De moercellen zijn verticaal zodat bij het verlaten van de dop direct naar beneden op de raat kan gaan.

Dit was het darrenbroed.

Larven van darren die uit de cellen zijn gevallen.

Overzicht: ontwikkeling van ei tot bei

Er bestaan twee soorten eitjes, waaruit drie soorten individuen kunnen voortkomen: uit bevruchte eitjes koninginnen en werkbijen, uit onbevruchte eitjes darren.

Levensduur Koningin Werkster Dar
Ei 3 dagen 3 dagen 3 dagen
Larve 6 dagen 6 dagen 6 dagen
Pop 7 dagen 12 dagen 15 dagen
Volgroeid na 16 dagen 21 dagen 24 dagen
maximumleeftijd 3 tot 5 jaar 6-8 weken 6 tot 8weken

Na drie dagen komt de larve uit het eitje, waarna de ijverige voedsterbijen deze onmiddellijk gaan voeren. Als de larve volgroeid is, wordt de cel vergezeld met een poreus wasdekseltje; daarmee begint het popstadium. Celdeksels op cellen waaruit werkbijen worden geboren, zijn vlak, die van de darrencellen bol. Heeft de koningin echter onbevruchte eitjes in werkstercellen gelegd, dan worden deze verder uitgebouwd. We spreken dan van bultbroed.

Top

Het leven van een werkster

Aan hun werkzaamheden kan een ervaren imker ongeveer zien hoe oud werkbijen zijn: Eerste drie dagen(rusttijd).

Vanaf vier dagen(voedsterbij). De jonge bij begint haar werkzame leven met het reinigen en poetsen van de cellen. Tegelijk wordt een aanvang gemaakt met het voeren van de oudere larven. Pas na de zesde dag, als de voedersapklieren geheel tot ontwikkeling zijn gekomen, gaan ze ook de jongere larven voeden. Reeds tijdens de voesterfase verlaat de bij voor het eerst haar woning om zich van ontlasting te ontdoen. Dit valt samen met het eerste voorspelen, zodat de helft van het huisbijenbestand reeds of meer georiënteerd is. Met de Haalbijen inbegrepen is dan minstens tweederde van het gehele volk georiënteerd.

Vanaf zes dagen (bouwbij). In deze perioden besteden bijen veel tijd aan het waszweten, het bouwen van raten. Ook het afvoeren van dode bijen, wasdelen en het voedselrestanten vindt dan plaats. Het in ontvangst nemen van de nectar van de onthaalbijen geschiedt vanaf de tiende dag.

Vanaf 21 dagen (haalbij). Oriëntatievluchten beginnen al op de vijfde dag en duren tot ongeveer de vijftiende dag. Dit hangt vermoedelijk samen met het ontlasten van de fecaliën buiten de bijenwoning. Hoewel de bijen na de derde week doorgaans haalbij worden, vinden de eerste haalvluchten soms al op de tiende dag plaats. Huisbijen (voedsters en bouwbijen) zijn in hun werkzaamheden zeer flexibel. Als de omstandigheden daartoe noodzaken, kunnen ze sterk van dit schema afwijken.

Kort- en langlevende bijen. Hoewel de werkbij 's zomers slechts 6 weken oud wordt, leven 'winterbijen' aanzienlijk langer. Zij die eind augustus, september en oktober geboren worden, overwinteren tot de jonge bijen hun taak in het voorjaar overnemen. In het eiwit-vetlichaam in het achterlijf is de reserve opgeslagen, die in het najaar niet verbruikt werd voor de voeding van het broed en het inverteren van nectar. Deze reserve stelt hen in staat te overwinteren. In het moerloos volk zouden bijen - omdat ze geen broed te verzorgen hebben - zelfs iets ouder kunnen worden dan een jaar. Een broedloos volk, bijvoorbeeld na het zwermen, gaat dan ook niet direct aan veroudering te gronde.

foto rechts: gesloten broed van werksters (vlak)

Er zijn sterke aanwijzingen dat de levensduur sterk wordt bekort door broedverzorging. Vooral het eten van pollen (eiwit) in de eerste levensdagen is van doorslaggevende betekenis voor de conditie van de voedersapklieren en het eiwit-vetlichaam.

Het fenomeen zomer- en winterbijen wordt bewerkstelligd door het juvenil-hormoon. Verschillen in levensduur binnen deze groepen worden ca.20% toegeschreven aan de erfelijke aanleg. In zijn algemeenheid kan men stellen dat meer actieve bijen minder lang leven.

foto linksonderaan: darrenbroed (bultig)

Top

De bijentaal

De bijen kunnen met elkaar communiseren door bepaalde bewegingen uit te voeren en figuren te beschrijven. ( stertselen en dansen )
Rondedans: De gevonden drachtbron ligt binnen een straal van 100 meter afstand rond het bijenwoning. De drie meedansende bijen nemen met hun voelsprieten de specifieke geur van de gevonden bloemsoort waar, die achtergebleven i in het haarkleed van de danseres. Al naar gelang de grootte van de drachtbron wordt sneller of langzamer gedanst.
  Sikkeldans: De overgangsvorm tussen de rondedans en de kwispeldans.
Kwispeldans: Deze dans geeft een drachtbron aan, die op meer dan 100meter afstand van het bijenvolk gelegen is. De dansrichting geeft nauwkeurig de richting (de hoek) aan, die gelegen is tussen de lijnen kast-zon en kast-drachtbron. De lijn kast-zon komt overeen met een verticale lijn op de raat. Met het verlopen van de zonnestand gaat deze hoek zich wijzigen en daardoor ook de dansrichting. Het aantal danswendingen (rechts/links, links/rechts ) binnen een bepaalde tijdseenheid geeft de afstand tot de voedselbron aan. De meedansende bijen nemen dus de bloemgeur en de hoek ten opzichte van de zonnestand tot de drachtbron met hun zintuigen over. Tijdens de dans wordt de informatie overgedragen door middel van geluid, geur en smaak.
 

Top

De bijenwoning

Vroeger werden de honingbijen bij de mens vooral ondergebracht in korven. Reden: Imkeren werd beoefend door boeren, kloosterlingen en enkele andere liefhebbers. Tijdens de winterperiode was er tijd om korven te vlechten uit (goedkoop) materiaal: stro en biezen.

Imkeren met korven heeft talrijke nadelen: de bijen bouwen onregelmatige raten in de korf (zie foto). Broed en voedsel zitten kort bij elkaar en het oogsten van de honing werd daardoor sterk bemoelijkt.

Hedendaags gebruikt men bijenkasten vervaardigd uit hout en zelfs uit kunststof en ze worden dusdanig gebouwd dat de controle van de staat van het volk en de oogst en de oogst van de honing sterk vereenvoudigd werd. Een kast heeft een woon - broedruimte en men kan er ook nog bijkomende ruimtes aan toevoegen ( zolders of hoogsels genaamd). Vermits men hoofdzakelijk rekent op honingproductie gaat men de bijen zoveel mogelijk helpen bij hun taak.

Zowel voor de broedruimte als voor de zolders geeft men ramen die voorzien van voorgevormde wasplaten (waswafels). De waswafels worden vervaardigd uit gerecupereerde was die door hersmelten en uitpersen in de geschikte vorm gebracht wordt aan beide zijden zeshoekige vakjes voor opbouw van cellen. Daardoor moeten de bijen minder energie verspillen om zelf was te produceren.

foto: Raampje met waswafel en versteviging door draden.

Bijenwoningen in Bastion VIII.

Bijenproducten

Top

Honing: Wordt door de bijen geproduceert uit de opgehaalde nectar.

Pollen: Stuifmeelkorrels door de bijen verzameld.

Propolis: Harsachtig product dat de bijen ophalen uit knopen en schorsen van bomen en planten.

Was.

Koninginnenbrij: Is de substantie die werksters tussen hun 6de en 10de levensdag uit de voedselklier aan hun kop uitscheiden.

Oogsten en gebruik

Top

Honing: is voedsel en vooral voedselvoorraad voor de bijen in de winter. Hij wordt door de bijen opgeslagen in de uiterste hoeken van de kast. Wanneer een cel gevuld is met gebruiksklare honing zullen de bijen de cel afsluiten met een dun wasplaatje = verzegelen.

In de huidige imkerij zorgt men dat de honing liefst afgezet wordt zonder dat er broed of stuifmeelreserve bij is. Daarom wordt op de broed- en wooruimte een zolder (hoogsel) geplaatst en die zolder wordt afgescheiden van de broedruimte door een moerrooster (traliehek met zeven mm tussenafstand zodat de koningin er niet door kan maar de werksters wel) . Gevolg: geen broed op de zolder dus ook geen opslag van stuifmeel

foto: moerrooster

foto: zolderraampje met verzegelde cellen vol honing

Wanneer de raten van de honingzolder voor minstens tweederde verzegeld zijn, kan men oogsten. Men plaatst dan tussen de zolder en de broedruimte een deksel met een opening waarin een kleppensysteem zit (= bijendrijver) zodat bijen de zolder kunnen verlaten maar niet meer terug kunnen.

Een bijendrijver

Na het verloop van één dag kan men dan de volle zolder wegnemen zonder bijen en zonder het volk te storen. Vervolgens zal men met een speciale kam de dekseltjes van de cellen verwijderen (= ontzegelen). De ontzegelde raampjes worden dan in een centrifuge geplaatst en de honing wordt er uitgeslingerd (= slingeren).

Foto's centrifuge

De vloeibare honing wordt dan gezeefd (om wasrestjes tegen te houden) en dan moet de honing nog rijpen. In een roestvrij stalen vat (= de rijper) zal men de honing omroeren tot hij begint uit te kristalliseren. Desnoods zal men een kleine hoeveelheid gekristalliseerde honing toevoegen (= enten) om het rijpen te versnellen. Rijpe honing wordt tenslotte afgetapt in bokalen.

Pollen: Worden geoogst door kammen te plaatsen aan de ingang van de kast, zodat de stuifmeelkorrels die de bijen meebrengen (in korfjes aan hun achterpoten) bij het binnenkomen afgeveegd worden, in een greppel terecht komen en kunnen weggenomen worden. Toepassingen: voedingssupplement, middel om hooikoorts te vermijden.

Propolis: Oogsten door afschrapen van ramen of door gebruik van een fijn rooster dat in de korf gebracht wordt en waarvan de bijen dan de openingen vullen met propolis om ze af te sluiten (propoliseren). Toepassingen: zalven tegen allergieën, schimmels, virussen en bacteriën. Tinctuur = alcoholische oplossing van propolis. Siroop of stroop: tegen aandoeningen aan de luchtwegen.

Was: wordt gerecupereerd bvb oude raten smelten en reinigen, wasdekseltjes van de ontzegeling enz... Toepassingen: bereiding van waswafels, waskaarsen en boenwas enz...

Koninginnenbrij oogsten: Recuperatie bij het verwijderen van moerdoppen om zwermneiging te onderdrukken. Men kan ook geschikte eitjes inbrengen (= overlarven) in kunstdoppen deze worden door de bijen als moerdoppen uitgebouwd en wanneer er maximale hoeveelheid aanwezig is kan er geoogst worden. Toepassing: vooral gebruikt als (krachtvoedsel).

foto: kunstdop

Werken met bijen

Beschermingsmiddelen: omdat bijen bij verstoring zich trachten te verdedigen door steken zal de imker beschermende kledij dragen: imkerpak (een pak met hoed, gaas en lederen handschoenen liefst in witte kleur).

foto: imkerpak

Om tijdens de werkzaamheden zelfs de bijen enigszins terug te dringen en op afstand te houden, zal men beroken dwz rook uit een verbrandingspot inblazen door middel van de aanhangende blaasbalg (zie foto rechts). Men gebruikt plantenresten (eventueel tabak) die men laat smeulen om rook te ontwikkelen.

De werkzaamheden verschillen naar het gelang van het seizoen.

Voorjaar: Nazicht of er voldoende broed ontwikkeld wordt en desnoods moerdoppen verwijderen (zwermneiging onderdrukken) ook overdreven darrenboed wegnemen. Wanneer het volk voldoende aangegroeid is honingzolder(s) plaatsen. Eerste honingoogst eind mei - begin juni (voorjaarsdracht).

Zomerperiode: Rond deze tijd zullen bepaalde volken gaan zwermen dwz de koningin en een aantal vliegbijen verlaten de bijenwoning en willen zich elders vestigen. Meestal na een korte vlucht: enkele tientallen meters zet de koningin zich neer om te rusten en haar volgelingen zetten er zich rond en vormen een tros (zwerm). De imker tracht dan de zwerm terug te vangen. Benevelen met koud water en afschudden of afvegen in een zwermkast nadien overbrengen naar een nieuwe kast. De zwermkast laat men eerst in de onmiddellijke omgeving staan waar de zwerm werd opgevangen: zit de koningin in de kast dan volgt de rest vanzelf. Is de koningin niet in de zwermkast dan zullen de opgevangen bijen vertrekken en zich terug bij de koningin voegen.Meestal wacht men tot de avond om de zwermkast te sluiten en de opgevangen zwerm over te plaatsen naar een definitieve woonst.

Hieronder zijn we nog druk bezig aan het werken

foto: beroker

In dit hoofdstuk vertel ik jullie over de raten van de bij. Een lege en holle ruimte is niet zomaar geschikt als woning voor de bijen. Eerst moet het een en ander aan de inrichting worden gedaan. Dat doen de bijen zelf.

Om de kasten steriel te maken halen de bijen bij sommige bomen een soort spul af en dat heet :propolis en dat smeren ze aan de binnen kant van hun woningen . Deze propolis wordt ook in de geneesmiddelen industrie gebruikt en is zeer kostbaar. Van boven naar beneden bouwen de bijen raten in de kasten . Raten zijn echt onmisbaar. De bijen leven er op.

Ze voeden er ook de koningin en ze verzorgen er de larven. Ook bergen ze er de voorraad honing en stuifmeel in op. En de koningin legt in de raten haar eitjes. Zodra bijen een nieuwe woning betrekken, beginnen de werksters met de bouw van raten.

De bouw materiaal is : bijen was . Ook dat maken de werksters zelf . Ze hebben daarvoor een aantal wasklieren aan hun achterlijf. Het bouwen van een raat en het maken van was gebeurt tegelijkertijd. Daarbij nemen de werksters een heel typische houding aan. Ze hangen met de poten aan elkaar en vormen zo een levende ketting. Intussen loopt hun lichaamstemperatuur hoog op. De werksters worden haast ,,koortsachtig" warm .

Het lijkt wel of ze beginnen te zweten. Maar in plaats van zweet komt er was uit hun achterlijf te voorschijn. De was is op dat moment erg dun en vloeibaar. Buiten het bijen lijf verandert de vloeistof in kleine, harde schubjes en schilfertjes. Met de middelste poten krabben de werksters de was schilfertjes van hun huid en geven ze door naar boven .

Bovenaan de ketting bevinden zich de ,,bouwbijen" . Deze werksters knauwen en kneden de was met hun kaken tot kleine klompjes. Daarmee bouwen ze de raat. Elke raat bestaat uit een paar duizend cellen. Het zijn eigenlijk kleine kamertjes van was.

De cellen hebben een heel aparte vorm . Ze zijn 6 kantig. Alle cellen passen precies aan elkaar. De wand van de ene cel is tegelijk voor een deel de wand van de andere cel. Bovendien is elke celwand maar 1/10 millimeter dik. Hierdoor kunnen bijen heel zuinig met het kostbare materiaal omspringen .

Voor een hele raat in een bijenkast gebruiken ze ongeveer 40 gram was, nu denk je misschien dat zo'n raat tamelijk zwak is, maar daar vergis je je in! De raat kan gemakkelijk 2 kilo honing bevatten.

De cellen hebben een heel aparte vorm . Ze zijn 6 kantig. Alle cellen passen precies aan elkaar. De wand van de ene cel is tegelijk voor een deel de wand van de andere cel. Bovendien is elke celwand maar 1/10 millimeter dik. Hierdoor kunnen bijen heel zuinig met het kostbare materiaal omspringen .

Voor een hele raat in een bijenkast gebruiken ze ongeveer 40 gram was, nu denk je misschien dat zo'n raat tamelijk zwak is, maar daar vergis je je in! De raat kan gemakkelijk 2 kilo honing bevatten.

Op de rechtse foto vanboven op de raat ziet men honing

Top

De imker verwijdert ook de koniginnetorsen uit de bijenkasten.