Er zijn in Bastion VIII veel verschillende biotopen terug te vinden. Deze biotopen zijn allemaal aangelegd bij de inrichting van Bastion VIII in 1994.

Hier vind je een overzichtskaart en van ieder biotoop een korte bespreking.

De grote vijver

Eén van de koninginnestukken van het reservaat. Om het water te houden werd de vijver aangelegd met kleimatten uit natriumbentoniet, tussen twee doeken bevindt zich een zwelklei, die eenmaal in contact met water een waterdichte laag vormt. Het voordeel hiervan is dat bij een toevallige perforatie, bv met rietwortels, de vijver niet gaat lekken. We bevinden ons hier ongeveer twee meter boven het gemiddelde peil van de Brusselse Forten. Een pompinstallatie vervangt het verdampte water. Om de leerlingen de vijver te laten bereiken voor observatie of staalname werd een steiger in gerecycleerde kunststof aangelegd.

De vijver werd gevuld met water uit de Brusselse Forten.

In de vijver vind je een grote diversiteit aan leven. Er groeien tal van planten onder en aan het water van de vijver. In de vijver leven er ook vele dieren. Je hebt de ongewervelde (van bloedzuigers tot zwemwantsen), maar ook de gewervelde dieren voelen er zich thuis. Er leven tal van vissoorten in en ook verschillende soorten van amfibieën.

Daarnaast zijn er ook nog vele vogels die af en toe onze vijver bezoeken of er zelfs broeden.

De kikkerpoel

De kikkerpoel werd in 1991 aangelegd en heeft reeds een biologisch evenwicht bereikt. Om de bezoekers maximaal van deze poel te laten genieten werden oude rioolkolken als stapstenen doorheen het water gelegd.

Als het water in de vijver te hoog wordt, loopt het via een ondergrondse buis over in de poel. Zo krijgt ook de poel regelmatig nieuw water en komt de waterspiegel niet te laag te staan.

De kikkerpoel is de plaats waar je de meeste salamanders kan vinden (vooral in de lente kan je ze op en neer zien zwemmen). Ze houden van het iets warmere water, de vele planten om zich tussen te verstoppen en van het feit dat er geen vissen leven in de poel. Zoals de naam het al zegt hoor en zie je hier tijdens de zomermaanden ook veel groene kikkers.  

Het moeras

Ook het moeras krijgt af en toe water bijgepompt. Waar het water vandaan komt, is verschillend voor het linker- en rechtermoeras. Het linkermoeras (langs kant van de omheining) krijgt water vanuit de beek en geeft het teveel weer af aan de Brusselse Forten. Het rechtermoeras krijgt water vanuit de kikkerpoel en geeft het bij een teveel aan water af aan het linkermoeras door over het pad te stromen.

Zoals te verwachten in een moeras staat het vol met riet en is het een ondiep water. Dit geeft de groene kikkers in de zomer de kans om zich te verstoppen en rustig op jacht te gaan naar vliegjes en muggen. De beschutting van het riet wordt ook ieder jaar gebruikt door een koppel waterhoentjes die er hun nest bouwen.

De beek

De beek heeft een eigen watervoorziening die gebruikt kan worden in droge perioden. Ze bevat een grote hoeveelheid gele lis wat voor een mooi plaatje zorgt tijdens de bloei van deze planten. Naast de beek staat er een rij zwarte elzen zodat de beek rijk is aan voedingsstoffen. Dit heeft een duidelijk effect op de planten en dieren die er in voorkomen, zeker in vergelijking met de andere waterbiotopen.

De bloemenweide

De bloemenweide is een verzameling van, vooral in de zomer, bloeiende kruiden. Je vindt er guldenroede, teunisbloemen, smeerwortel, akkerwinde, koninginnekruid, brede ereprijs... Deze planten geven de bloemenweide een prachtig kleurenschouwspel dat vele bezoekers (mens en dier) aantrekt. Je kan er in de zomer dan ook vele insecten terugvinden zoals het geaderd witje, aardhommel, driehoekszweefvlieg... wat op zich dan weer vogels aantrekt op zoek naar een lekker hapje. 

Het wilgenbroek

 

Door een samenloop van omstandigheden is hier, op een plaats waar we dat echt niet verwachten, een broeksituatie ontstaan. Echt droog is het hier nooit. De vegetatie is niet erg gevarieerd: wilgen, brandnetels, bramen maar ook voorjaarsbloeier als bosanemoon, slanke sleutelbloem, longkruid, daslook…. En ja ook hier is een verlanding aan de gang, water ziet men nog nauwelijks staan in het broekje. De voorjaarsbloeiers zijn sterk toegenomen en zelfs de paarse schubwortel is sterk uitgebreid.

De bladerval doet hier een stikstofrijk milieu ontstaan wat de groei van brandnetels en bramen bevordert.

De helling tussen het wilgenbroek en de bunkers staat vol met bramen wat veel vlinders aantrekt, zeker op een zonnige zomerse dag. Ook vogels zien we hier vaak smullen van de lekkere braambessen.

Het eikenbos

 

Na de beklimming van de bunker daal je even af om terug het bos in te stijgen. Hier een kleine bosbiotoop met eiken, meidoorn, vlier en veel klimop. Mossen, varens en paardenstaarten bedekken de bodem.

Hier bemerkt men een gevarieerd reliëf dat ontstond door zandwinning uit de verhoogde wal die Dendermonde tijdens vorige eeuwen beschermde.

Wandelt men even verder dan bemerkt men het rietveld aan de bosrand, een bewijs dat de binnenste fortengordel tot hier kwam. Bij de heraanleg werd dit rietveld afgeplagd om het gewas een tweede kans te geven. In het najaar 2005 werd het bosje ontdaan van brandnetels en bramen om zo de typische bosplanten een nieuwe kans te geven. Daslook, salomonszegel, sneeuwklokjes en varens veroverden al snel een plaatsje.

Het kersenbos

Op deze plaats staan er enkele kerselaars. Deze bomen trekken met hun lekkere vruchten veel vogels aan, maar ook insecten vinden er tijdens de bloei veel nectar en stuifmeel.

De grond onder de bomen ligt vol met kersenpitten. Dit toont mooi hoe een boom en dieren goed kunnen samenwerken. In de lente zijn insecten zeer blij met de nectar en het stuifmeel en wordt de boom bestoven door deze dieren. In de zomer smullen de vogels van de kersen en zorgen de vogels er voor dat de zaden van de boom overal verspreid geraken.  

De houtkant

Hier staan een aantal heesters, bomen en een ondergroei van bramen. Je vindt hier dan ook regelmatig vogels (koolmees, pimpelmees, staartmees, roodborst, merel...) die op zoek zijn naar iets om te eten.
Niet enkel vogels maar ook knaagdieren vinden hier voldoende voedsel en nestplaatsen onder de hopen van takken.

De compostplaats

Het centrale punt van de compostplaats wordt ingenomen door een oude populier en de tonderzwam die hier op groeit. Rondom de populier ligt er een grote hoeveelheid verhakseld hout dat vele kriebeldiertjes bevat. Deze dieren zorgen ervoor dat het dode hout verandert in compostaarde. Je kan hier dus ook gemakkelijk op zoek naar deze dieren met behulp van een potjesloep en een lepel.

Ook liggen er op de compostplaats hopen riet en dode takken die op zich ook schuilplaatsen vormen voor allerlei dieren, bv de egel, en een bron van voedsel zijn voor vele andere dieren. 

De bijenhal

In de bijenhal zijn er een tiental bijenkasten aanwezig en een bijenkorf. Deze kasten zijn allen bevolkt en er is ook een demonstratiekast aanwezig zodat de leerlingen deze interessante dieren van dichtbij aan het werk kunnen zien.
De studie van de bij staat ook op het leerplan van de middenschool en is hier perfect uit te voeren. We beperken ons niet tot het bekijken van de bijen alleen, we gaan ook op zoek naar de planten die door de bijen bezocht worden. Eens we die gevonden hebben kijken we naar de aanpassingen die de planten en de dieren hebben voor een perfecte samenwerking.

Op het pleintje voor de bijenhal is er een klein vijvertje en er staan veel bloeiende planten. Het pleintje zelf is omringd door een berm die beplant is met bomen. Dit alles zorgt er voor dat er hier veel vogels op bezoek komen. Hier een lijst van vogels die bij de bijenhal en in Bastion VIII gezien zijn:
kramsvogel, ekster, vlaamse gaai, groene specht, bonte specht, kleine bonte specht, boomklever, merels, zanglijster, grote lijster, koperwiek, heggenmus, groenling, vink, appelvink, putters, sijsjes, kepen, bosduif, holenduif, turkse tortel, nachtegaal, kleine karekiet, tjif-tjaf, koolmees, staartmees, pimpelmees, roodstaart, gele kwikstaart, gewone kwikstaart, gierzwaluwen, fazant, waterhoentje, meerkoet, ransuil, wilde eend, een koppel sperwers, kraaien, reigers, spreeuwen, roodborstje, huismus, ijsvogel, smelleken, wouwaapje, winterkoninkje, goudhaantje, winterkoning, matkop, houtduif...

De zitkuil

De zitkuil rechtover het gebouw kan gebruikt worden om 's middags te eten of om uitleg te geven. Ze is opgebouwd uit materialen die op het terrein zelf aanwezig waren.

De steenwoestijn

In 2009 werd de steenwoestijn volledig heraangelegd. De bramen werden verwijderd, de stenen omgewoeld en er werden 3 terrassen aangelegd met dolomiet. Ook werd er een schildpad opgetrokken uit blauwe steen en kasseistenen om ons 15-jarig bestaan in de verf te zetten.

Het geheel is bedoeld om dieren voldoende overwinteringsplaatsen te bieden, bv bruine kikker of kleine watersalamander, maar ook schuilplaats. De stenen gaan in de zomer volp in de zon liggen opwarmen zodanig dat ook vlinders en libellen hier een goede plaats vinden om op te warmen voor ze op jacht gaan naar voedsel.

De bunkers

De bunkers zijn een restant van het militaire verleden van het terrein. Nu doen ze dienst als vleermuizenbunker. In 2008 werden ze volledig ingericht en ze dragen dan nu ook het kenteken van 'vleermuisvriendelijk object'. De voorbije jaren kregen we tijdens de winter bezoek van de kleine watervleermuis en ook al een aantal jaar na elkaar van de baardvleermuis.

Ook andere dieren maken gebruik van de bunkers om in te overwinteren. Zo overwinteren er al een paar jaar roesjes (een soort van nachtvlinder) in de bunker, maar ook salamanders en af en toe een dagvlinder maken van ons winterhotel gebruik. 

De pioniersweide

Ieder jaar ploegen we een deel van onze bloemenweide om zodat de pioniersplanten een kans krijgen om te bloeien. Zo zien we ieder jaar klaprozen, korenbloemen... terug komen. Op deze manier zijn we ook in staat om een pioniersvegetatie te vergelijken met een vegetatie die al enkele jaren naar een evenwicht toe gaat.